Categorie: Monumenten

  • Schietbaan Kralingen

    Schietbaan Kralingen

    In de woelige herfst van 1944 zijn na Dolle Dinsdag op de schietbaan Kralingen in Rotterdam 38 Nederlanders gefusilleerd. Al deze fusillades vinden plaats in de periode van 21 september tot en met 24 december 1944.

    Als reden voor een executie wordt in de politierapporten vermeld:
    Medewerker van het verzet, medewerker of verspreider van het illegale dagblad Trouw, lid van de L.O. of de K.P., crosser of bijvoorbeeld wapenbezit. Dit geldt voor 31 van de 38 slachtoffers.

    De overige 7 zijn ook op de schietbaan omgekomen, echter als bestraffing voor een overval of een vermogensdelict.

    De schietbaan van de Koninklijke Scherpschutters-Vereniging “Rotterdam” is tegenwoordig nog op dezelfde plaats gevestigd vlak langs de A16, aan de Lucie Vuylstekeweg. Op het terrein staat het “nieuwe” schietcomplex, dat in 1992 is geopend, nadat het oude complex moest wijken voor de baanverdubbeling van de snelweg.

    Plaquette

    Op de muur van een klein gebouw op het terrein, waarachter de oorspronkelijke open lucht schietbaan is gesitueerd, is een plaquette te vinden die de herinnering levend houdt aan wat zich hier in de laatste maanden van 1944 heeft afgespeeld.
    Op de bronzen plaquette staat de volgende tekst:

    VOOR HEN DIE VIELEN
    1940 – 1945
    Tijdens de oorlogshandelingen van mei 1940 sneuvelde in dit gebouw een Nederlandse militair en in de periode van 21 september 1944 tot en met 24 december 1944 werden op deze schietbanen 38 Nederlanders door de bezettende macht gefusilleerd.

    Plaquette Schietbaan
    Dit monument is onthuld in 1946.

    De vijf mannen, waaronder Ds. De Jong, die op 28 oktober 1944 op deze plaats zijn gefusilleerd, zijn daarna opgebaard in het drenkelingenhuisje op de begraafplaats Crooswijk. Dit drenkelingenhuisje bevond zich bij de westelijke ingang van de begraafplaats aan de de Crooswijksebocht. Daar zijn naast de poort het huis van de beheerder en het baarhuisje nog altijd te vinden. De beheerder destijds heeft o.a. de collega van Ds. De Jong tot het drenkelingenhuisje toegelaten voor identificatie.

  • Plaquette VU

    In het hoofdgebouw van de VU aan de Boelelaan 1105 in Amsterdam is na de oorlog op 30 december 1945 een monument onthuld ter herdenking van oorlogsslachtoffers, die lid waren van de academische gemeenschap, de z.g. Civitas Academica. Dit monument bevindt zich op de eerste verdieping, rechts tegenover de aula en naast het auditorium. Tegenover de plaquette staat het standbeeld van Abraham Kuyper.

    De tekst op de grote plaquette met goudkleurige letters luidt:

    Ter gedachtenis aan de leden van de Civitas Academica
    die tijdens de bezetting 1940 – 1945
    hun leven hebben gelaten voor Vaderland en Vrijheid
    Den Vaderlant ghetrouwe Blijf ick tot inden doot

    Op dit monument staan de namen van 89 oorlogsslachtoffers, waaronder die van ds. Hans de Jong.

    Plaquette VU

    De tekst op de kleine gedenkplaat daaronder luidt:

    Ter gedachtenis aan Jacobus Oranje
    Hoogleraar aan de Vrije Universiteit
    Geboren 27 Juli 1898 Overleden 6 April 1946
    Tijdens de bezetting was hij
    stuwende kracht van het universitair verzet
    helper van verdrukten redder van vele levens

  • Muurschildering

    In de hal van het Christelijk Gymnasium Beyers Naudé, het vroegere Gereformeerd Gymnasium, aan de Gymnasiumstraat 36 te Leeuwarden is in de hal aan beide zijden van de hoofduitgang een muurschildering (een z.g. secco) aangebracht.

     

    Dit kunstwerk is op 18 oktober 1947 onthuld bij het 25-jarig bestaan van het gymnasium. Het is ontworpen door de schilder-glazenier Louis Boermeester (1908-1992) uit Amsterdam.

    Secco Gymnasium Leeuwarden

    De muurschildering links van de uitgang heeft betrekking op het 25-jarig jubileum van het gymnasium. De andere, rechts van de uitgang, is een monument ter nagedachtenis aan de vijftien oud-leerlingen van het gymnasium, die tijdens de bezetting zijn omgekomen. Hans (Hantje) de Jong is een van hen. Op de muurschildering is een engel afgebeeld die met de rechterhand de kroon des levens (Griekse erekrans) aan een stervende geeft. Met de linkerhand duwt de engel een soldaat (bezetter) opzij. In Romeinse letters zijn daarbij de jaartallen 1940 en 1945 afgebeeld. Op de achtergrond bevindt zich een afbeelding van de Leeuwarder Oldehove. Verder staat er in het Grieks de bijbelse tekst op uit de Openbaring van Johannes 2 vers 10. De vertaling daarvan luidt:

    “VREES NIET WAT GIJ ZULT LIJDEN, WEES GETROUW TOT DEN DOOD EN IK ZAL U GEVEN DE KROON DES LEVENS”.

    De namen van de vijftien oud-leerlingen op het monument zijn:

    Hantje de Jong,
    H.A. Mulder, S. Hoekstra,
    R. Douma, W. Gerbrandy, Th. Hanselaar,
    E.M. Wierda, J. Visser, H.A. Feenstra, J. Dijkstra,
    J.J. de Groot, K.J.W. Wierda, J. van der Plaats,
    J.C. Veldkamp, Hendrik de Jong.

    Meer informatie is te vinden op de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

  • Erehof Crooswijk

    Zoals op veel plekken in de stad Rotterdam is ook op de begraafplaats Crooswijk een monument opgericht ter herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Op donderdag 2 november 1944 wordt Hans de Jong samen met andere gefusilleerden in een provisorisch graf begraven op Crooswijk[E]. Daarvan is hieronder een foto bijgevoegd. De foto is genomen vanaf de rustplaats van Hans de Jong (links onderaan op de foto).

    (meer…)

  • Plaquette Leiden

    In een hal op de eerste verdieping van het Visser ’t Hooft Lyceum, de vroegere Christelijke HBS aan de Kagerstraat 1 te Leiden, is na de oorlog een plaquette aangebracht ter herdenking van hen “die vielen in de strijd tegen de overweldigers voor vaderland, vrijheid en recht”.

    Plaquette Leiden

    Op de plaquette worden de namen vermeld van 20 personen die in de oorlog zijn omgekomen. Daarvan zijn 5 gefusilleerd, 3 omgekomen bij luchtaanvallen en 12 overleden in gevangenschap.

    Op deze plaquette komt Hans de Jong voor omdat hij van 1933 tot 1941 werkzaam was als leraar godsdienst aan de Christelijke HBS in Leiden. In september 1946 is bij een speciale herdenking in de school een voorlopige plaquette aangebracht onder een muurschildering van het wapen met de Nederlandse leeuw.

    Pas in februari 1949 is de voorlopige plaquette vervangen door een definitieve. Aan de families van de omgekomen oorlogsslachtoffers is toen een brief gestuurd met een foto van de nieuwe plaquette.

    Brief Plaquette LeidenPlaquette Leiden

    In het archief van het Visser ’t Hooft Lyceum is een brief aanwezig van Arend de Jong, de oudste broer van Hans, waarin deze zijn dank uitspreekt namens de familie voor het monument dat in de school is aangebracht. Deze brief is gedateerd 9 februari 1949.

    Brief A. de Jong

  • Plaquette Singelkerk

    In de Gereformeerde Singelkerk aan de Carnissesingel[C] te Rotterdam-Charlois is na de oorlog in 1950 een plaquette onthuld ter nagedachtenis aan ds. Hantje de Jong. Deze plaquette is in opdracht van de kerkeraad ontworpen door de Rotterdamse beeldhouwster A.C. (Adri) Blok.

    Op zaterdag 28 oktober 1950, precies zes jaar nadat ds. De Jong zijn leven gaf voor het vuurpeloton, is er een sobere herdenkingsdienst gehouden in de Singelkerk (later de Pniëlkerk genoemd). Veel mensen staan op die zaterdagavond in het portaal van de kerk om een blik te werpen op de  plaquette. Ze worden getroffen door de sprekende beeltenis van ds. De Jong.

    Plaquette Singelkerk

    Ds. Thomas, voorzitter van de kerkeraad, gaat in zijn toespraak terug naar die donkere dag, zes jaar eerder, toen de gemeente van Charlois een van haar predikanten moest missen: “Heden gedenken wij hem die, nog in het volle leven staande, de uiterste consequentie heeft aanvaard. Het mooiste wat we van hem kunnen zeggen is, dat de zelfovergave van Christus in zijn leven met een duidelijke zelfovergave is beantwoord”.

    Vervolgens voert de leider van de voormalige Albrechtgroep, de heer Henk de Jonge, het woord. Hij heeft in de illegaliteit in nauw contact gestaan met Hans de Jong. Hierna spreekt Arend de Jong, de oudste broer van Hans, namens de aanwezige familieleden woorden van herinnering en dankbaarheid. Hij verklaart dat de familie zich door hun overleden broer verbonden voelt met de gemeente van Charlois.

    In het voorjaar van 1974 wordt de Pniëlkerk, door  terugloop van het aantal gemeenteleden, verkocht. De plaquette wordt dan vanuit deze kerk verplaatst naar de Bethelkerk aan de Boergoensevliet 24[B]. Daar is dit monument nu geplaatst in de hal van de kerk, links van de hoofdingang.

    Een herinnering aan zaterdag 28 oktober 1944, de dag waarop hij is gefusilleerd op de schietbaan in Kralingen.

    Op de plaquette staat de volgende tekst vermeld:

    Ds. H. DE JONG
    GEB. 11 MAART 1906
    GEFUSILLEERD 28 OCTOBER 1944
    IN HEM GEDENKEN WIJ AL DE ONZEN
    DIE VIELEN IN HET VERZET

  • Erelijst

    ErelijstIn de hal bij de ingang van de Tweede Kamer aan het Binnenhof 1A in ’s Gravenhage ligt sinds 1960 een document, dat de namen bevat van degenen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gevallen als militair, als verzetsstrijder of als bemanningslid van een koopvaardijschip in de gewapende strijd zijn omgekomen.

    In deze Erelijst zijn de namen van ongeveer 18.000 personen opgenomen. In 1945 werd er al besloten om een monument op te richten. Dat resulteerde uiteindelijk in een lijst, die nu in het gebouw van de Tweede Kamer is tentoongesteld.

    Erelijst

    Koningin Juliana heeft deze Erelijst – een nationaal monument – op 4 mei 1960 in de Ridderzaal aangeboden aan de Staten-Generaal. Ieder jaar wordt er tijdens de nationale dodenherdenking op 4 mei een krans gelegd bij het monument door de voorzitters van de Staten-Generaal en de minister-president.

    De Erelijst is gekalligrafeerd op handgeschepte papieren katernen door de Zusters Benedictessen van Onze Lieve Vrouwe Abdij te Oosterhout. Dit ‘monnikenwerk’ heeft in totaal 10 jaar in beslag genomen.

    Erelijst

    Het document is geplaatst in een gedenktafel, ontworpen door de architect Aldo van Eyck en uitgevoerd in lavasteen. De rechthoekige uitsparing is afgewerkt met zuiver goud, waardoor de Erelijst op een gouden ondergrond is geplaatst.

    Naast de gedenktafel staat de Nederlandse vlag, die eerbied en dankbaarheid symboliseert jegens hen die hun leven gelaten hebben voor onze vrijheid.

    De Erelijst is zeker niet volledig omdat het initiatief voor registratie voor een belangrijk deel bij de nabestaanden lag. De lijst is samengesteld door het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

    Hantje de Jong komt in de lijst van verzetsstrijders voor en wordt genoemd op pagina 969, links bovenaan.

    Erelijst

  • Straatnamen Rotterdam

    Op maandag 26 juni 1967 vindt er in Rotterdam op het Stadhuis een plechtigheid plaats ter gelegenheid van het aanbrengen van straatnaamborden in de wijk “Het Lage Land” in de Prins Alexanderpolder[J] te Rotterdam. Daarmee dragen vijftien straten, in de dan nieuwe woonwijk, de namen van Rotterdamse verzetsstrijders.

    Straatnaambord

    Eén van deze straten in deze wijk met postcode 3067 is de Hantje de Jongstraat als een eerbetoon een herinnering aan ds. Hans de Jong.

    Hieronder volgt de tekst van de uitnodigingskaart, zoals destijds verstuurd door de gemeente Rotterdam.

    Op maandag 26 juni 1967 zal in de burgerzaal ten Stadhuize een eenvoudige plechtigheid plaatsvinden ter gelegenheid van het aanbrengen van de straatnaamborden in de verzetsliedenwijk in “Het Lage Land”. In aansluiting hieraan zal per autobus naar het Marinus Bolkplein worden vertrokken, waar de symbolische onthulling zal plaats vinden.

    De Burgemeester van Rotterdam heeft de eer u hiervoor uit te nodigen.

    De genodigden worden verzocht te 15.15 uur aanwezig te zijn. In de burgerzaal toespraken van: de Burgemeester en Pastoor N.G. Apeldoorn o.p., namens V.V.Z.H. district Rotterdam, N.F.R. afd. Rotterdam en Expogé afd. Rotterdam.

    Om 16.00 uur vertrek naar de wijk “Het Lage Land”.
    Om 16.30 uur: Onthulling straatnaambord Marinus Bolkplein, gevolgd door rit langs de overige naar verzetsstrijders genoemde straten, t.w.:

    Jan Bijloostraat – Jaap van der Hoekstraat – Jan Kwakplaats – Henk Speksnijderstraat – Kurt Calloplaats – Hantje de Jongstraat – Johannes Tasstraat – Rinze Koopmansstraat – Samuël Esmeijerplein – Remmet van Milstraat – Otto Verdoornplaats – Folkert Elsingastraat – Cees Wegerifhof – Klaas Timmerstraat

    Na de plechtigheid rijden de bussen terug naar het Stadhuis, waarmede de plechtigheid is afgelopen.

    Een verslag van deze gebeurtenis in Het Vrije Volk van 27 juni 1967 vermeldt het volgende:

    Vijftien straten en pleinen in de nieuwe woonwijk Het Lage Land (Prinses Alexanderpolder) dragen thans de namen van Rotterdamse verzetslieden. De naamgeving is maandagmiddag officieel geschied met een bijeenkomst van nabestaanden en autoriteiten in de Burgerzaal van het Stadhuis en de onthulling van het naambord op het Marinus Bolkplein door de weduwe van de verzetsstrijder naar wie dit plein vernoemd is.

    In zijn toespraak in de Burgerzaal liet burgemeester Thomassen goed uitkomen, dat men bij de keuze van de namen ook duidelijk had willen tonen, dat het verzet een zaak was van alle kringen van de burgerij.

    De vijftien verzetsstrijders, naar wie straten en pleinen zijn genoemd kwamen uit elf verschillende beroepen. Ook hun verzets-afkomst is zeer gevarieeerd. In het licht hiervan vertegenwoordigen de vijftien een veel grotere groep van verzetsmensen.

    De burgemeester was van oordeel, dat het verzet belangrijk heeft bijgedragen tot de overwinning want de bezetter zag zich gedwongen grote militaire eenheden tegen dit verzet aan zijn fronten te onttrekken.

    Op deze bijeenkomst werd voorts gesproken door pastoor N.G. Apeldoorn namens V.V.Z.H, district Rotterdam, N.F.R. afd. Rotterdam en Expogé afd. Rotterdam. Pastoor Apeldoorn zei in zijn toespraak dat men uiteindelijk met de naamgeving wel gelukkig is, maar dat toch juist de naamloosheid het symbool was van de geest van het verzet.

    Men heeft in de drang naar het zich dienstbaar maken jegens een gemeenschap in nood niet gedacht aan standbeelden en zelfs niet aan straatnamen voor later. En de keuze der namen, zo zei de verzetspastoor, “is niet die van hen die vielen, maar van hen die overbleven”.

    In bussen begaf het gezelschap zich naar het Marinus Bolkplein, waar de onthulling van het straatnaambord gevolgd werd door het leggen van kransen. Een rit werd gemaakt langs de overige naar verzetsstrijders genoemde straten.

    In de Leeuwarder Courant van 26 juni 1967 wordt een speciaal artikel aan deze onthulling gewijd met de titel: K.P.’er uit Hemert in Rotterdam geëerd. In dit artikel wordt ook vermeld dat een zevental familieleden van ds. De Jong aanwezig waren bij de plechtigheid.

    Maingay PlastiekOp 1 november 1967 wordt er op het Samuël Esmeijerplein een sculptuur onthuld, ontworpen door de Rotterdamse beeldhouwer en architect Rob Maingay (1939). Het kunstwerk is geplaatst in opdracht van de Rotterdamse Kunststichting Bewoners van Het Lage Land. Het wordt in de volksmond “de brievenbus” genoemd.

    Later is aan dit kunstwerk een plaquette toegevoegd en een schaal, waarin een gasvlam kan branden. Daardoor heeft het de functie van oorlogsmonument gekregen. Ieder jaar vindt op 4 mei in de deelgemeente Prins Alexander de dodenherdenking plaats aan het Samuël Esmeijerplein.

    De tekst op de gedenkplaat luidt:

    De tirannie verdrijven 1940 – 1945.

    Op 27 oktober 1972 is de naam van het plein, dat in het verlengde ligt van de Hantje de Jongstraat, veranderd in “Hantje de Jongplaats”.

    Straatnaambord