Haagse KP in Rotterdam

Bij het vertrek vanuit Den Haag naar Rotterdam geeft Chris Cattel, leider van de Haagse KP, aan dat het verstandig is, om ieder lid van de groep een afscheidsbrief aan de familie te laten schrijven met een laatste wilsbeschikking omdat het risico van arrestatie of erger groot is.

Een voorbeeld van een dergelijke afscheidsbrief is te vinden in het boek “Boy”[STN], waarin Boy Ecury, één van de Haagse KP-ers, een uitvoerige en indrukwekkende afscheidsbrief schrijft. De brief is gericht aan zijn Antilliaanse ouders en aan zijn broers en zussen, die op Aruba wonen. De dagtekening van de brief is 27 september 1944, drie weken na ‘Dolle Dinsdag’.

Bij aankomst in Rotterdam worden de brieven en foto’s overhandigd aan Kees Bitter, die op dat moment de leiding heeft over de KP Rotterdam-Zuid en de contacten onderhoudt met de Haagse KP.

De KP van Rotterdam-Zuid wordt daardoor voor een nieuwe uitdaging gesteld, n.l. het opvangen en huisvesten van de hele groep in Charlois. Ds. Hans de Jong neemt deze taak op zich. Hij heeft door zijn werk als predikant en zijn connecties met de illegaliteit de mogelijkheid een oplossing te zoeken voor deze uitdaging. Allereerst is daar Koos de Jong, illegaal Bruintje genoemd. Deze zorgt er voor dat een aantal Haagse KP-ers wordt ondergebracht bij Jan en Annie van der Pas aan de Pleinweg. Zij zijn ook lid van de Gereformeerde Kerk. Adrie Knijff, een andere Hagenaar, krijgt onderdak bij de familie Breukhoven op de Pleinweg. Ook roept de dominee de hulp in van Wim van der Schee van het Charloisse Volkshuis aan de Katendrechtse Lagedijk en wordt een aantal van de groep uit Den Haag ondergebracht in een leegstaand huis aan de Wolphaertsbocht.

Sommige Rotterdamse KP-leden hebben bezwaar tegen de komst van de Haagse KP-ers omdat ze een enorm risico betekenen voor de Rotterdamse KP. Ze vallen in de “kleine” gemeenschap van Charlois al snel op. Vooral Eduard Schilderink, illegaal Noor genoemd, heeft vanaf het moment van hun komst de nodige bezwaren. Alleen al het feit dat enkelen van hen argeloos met een auto en een motorfiets door de Maastunnel rijden en zich komen melden op het hoofdkwartier van de KP-Zuid bij de bierbrouwerij Oranjeboom, wekt argwaan.[OHK]

De Haagse KP-ers gebruiken de eerste dagen om de nieuwe omgeving te verkennen. In het Charloisse Volkshuis worden ze door twee gedropte Engelse agenten geïnstrueerd in het gebruik van pistolen en stenguns. Verder worden ze o.a. ingezet voor koeriersdiensten en het in kaart brengen van de troepenbewegingen bij het spoorwegemplacement van Feyenoord in Rotterdam-Zuid.

Ook wordt er op zaterdag 21 oktober door een aantal leden van de groep, onder wie Rein, Piet en Hans, een liquidatie uitgevoerd op Maarten Frikkee, een Nederlandse politieman van de beruchte groep X, een N.S.B-er die gevaar oplevert voor het verzet. Bij deze aanslag op de Dorpsweg ter hoogte van pand nummer 157 in Charlois wordt hij wel geraakt maar niet op slag gedood. Hij overlijdt enkele uren later in het Zuiderziekenhuis. Deze actie brengt de nodige spanning met zich mee.[OHK]

Ellis Maassen zegt daarover[STN]:

Ik zat in het Volkshuis op wacht. Hans [red. Koomen] was toen achttien jaar … en kwam totaal overstuur terug in het Volkshuis, waar we samen een potje hebben zitten huilen. Het is ook wat, op die leeftijd bij een moordaanslag betrokken te zijn. Ik moest naar de toestand van de man informeren en heb dat via de pastoor van de dichtstbijzijnde kerk gedaan de volgende dag. Het was vóór het weekend en ik heb die pastoor gevraagd of het verantwoord was om samen met mijn verloofde naar de mis te gaan. Dit in verband met een aanslag op een N.S.B.-er. Misschien zouden er razzia’s gehouden worden. Ik zei dat ik niet wist of de man dood was, maar dat het misschien tóch beter was om het risico niet te nemen en vroeg wat de pastoor er van dacht. Ik weet niet of de pastor het doorhad, maar hij ried mij het bijwonen van de mis af. Hij vertelde mij nog dat de N.S.B.-er niet dood was….

De eerstvolgende dagen zullen de Hagenaars elkaar nog regelmatig ontmoeten in de woning van ds. De Jong. Bij één van deze gelegenheden vindt er een minder prettige discussie plaats tussen Hans Koomen en Boy. Hans vindt dat Boy, een Antilliaan, moet onderduiken; hij valt teveel op vanwege zijn uiterlijk. Verder wordt er nagepraat over de liquidatie. Ab merkt op dat deze gebeurtenis hun op dat moment nog niet veel doet maar over een jaar of veertig wellicht wèl.[OHK]

In de dagen en weken daarna zal er nog een groot aantal slachtoffers vallen onder de illegale strijders, die de maanden oktober en november tot de zwartste uit de geschiedenis van het Rotterdamse verzet zullen maken.

Hoe is de Haagse groep in Rotterdam vergaan? Chris Cattel is op donderdag 26 oktober 1944 aangehouden door de Landwacht. Het gevolg is dat Albert de Soet en een meegebrachte introducé Hans Hovius diezelfde donderdagmiddag in de woning van ds. De Jong worden gearresteerd. Twee dagen later zullen ze beide worden gefusilleerd op de schietbaan in Kralingen.

Ook Adrie Knijff wordt die donderdagnacht in Den Haag gearresteerd. Hij wordt daar door een Nederlandse SD-er verhoord. Omdat deze inziet dat Duitsland de oorlog gaat verliezen, ontdoet hij Adrie van enige belastende papieren, waarna hij hem laat overbrengen naar het Huis van bewaring in Scheveningen, het z.g. Oranjehotel. Daarmee wordt voorkomen dat hij naar Rotterdam wordt getransporteerd. Eind november 1944 wordt Adrie met een groep medegevangenen in het kader van de arbeidsinzet op transport gesteld. Aangekomen in Assen – waar ze tankgrachten moeten graven o.l.v de Organisation Todt – weet hij met een medegevangene te ontvluchten. Hij sluit zich begin 1945 aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten en blijft daar in dienst tot augustus 1945.

Als Bernard Cramer en Rein Goedheer op zondag 5 november langs de Aussenstelle aan de Heemraadssingel fietsen op een tandem, worden ze achtervolgd door een groene legerbus. Bernard wordt opgepakt door de SD; Rein weet te ontkomen. Ze zijn vanuit het gebouw van de SD gesignaleerd. Ook Segundo Ecury wordt later die morgen gearresteerd in de buurt van de Aussenstelle. Beide gearresteerde Haagse KP-ers zullen de volgende dag, 6 november 1944, worden gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.

De niet gevangen genomen leden van de Haagse Knokploeg – Rein, Ronnie, Hans, Han, Ernst, Piet, Bill, Harry, Connie, Ellis en Flip – blijven in verwarring achter en duiken onder. Dat ze door alle gebeurtenissen in een moeilijke en risicovolle situatie zijn geraakt blijkt o.a. uit een briefje, door Flip (“Willem de Zanger”) aan Wim in Den Haag geschreven[NIOD].

Alle zijn nu op adressen waar zij zelf voor hun huishouden moeten zorgen, d.w.z. eigen woningen zoeken, eigen potje koken, enz. Haagsche kaarten zijn er genoeg; elk krijgt er drie. Je kunt dus zelf wel een oordeel vellen over wat nodig is. Toch minstens elke maand een uitkering van 100 – 150 gulden dunkt mij. Bovendien voor het in orde houden van wagens enz. moet ook wat in reserve zijn.
Onze bewapening bestaat momenteel uit witte zakdoeken. De MG zijn teruggegeven aan de HK Rotterdam-Zuid. De pistolen die wij hadden zijn verloren gegaan, toen wij twee maanden geleden opgerold zijn geworden. Vergeet niet dat dat toen 6 personen gekost heeft. Ik loop nu dagelijks in Rotterdam rond om nog het een en ander, wat in die benarde tijd op verschillende adressen is achtergelaten, op te halen. Want verschillende jongens zijn zo toegetakeld dat zij in colbertjasje naar Den Haag hebben moeten vluchten. Wat deze toestand betreft schijnt men in Rotterdam nog onwetend te zijn. Maar wat ik hier schrijf zijn de nuchtere feiten. Ik voor mij loop hier in Rotterdam elk ogenblik de kans op een bekende van de SD te stuiten. Daarom zou ik graag een pistool op zak hebben voor alle veiligheid. Is dat niet mogelijk?
Ik zit hier al meer dan twee weken in Rotterdam te leven op een enkele noodkaart. Gandi is er niets bij.
Flip

Het antwoord komt op 15 December 1944 van Wim:

Geef ons op met hoeveel man jullie momenteel zijn. Namen noemen. Beschrijf jullie onkosten per maand zoo nauwkeurig mogelijk. Indien deze gegevens ons bereiken kunnen wij een bedrag uittrekken en het jullie doen toekomen.
Momenteel kunnen wij jullie niet aan wapens helpen daar alles wat tot nu toe ons bereikte inmiddels al weer is uitgereikt. Trouwens wij zijn er van overtuigd dat jullie ploeg niet slecht bewapend is, maar dat het in dit geval alleen maar gaat om het kweeken van een reserve. Juist omdat je schrijft: Het is voor ons altijd gemakkelijk iets achter de hand te hebben.

Vandaag verwachten wij Peter terug. Jullie zaak wordt dan ook ter berde gebracht. Momenteel geen wagens noodig.
Noodkaarten van Rotterdam zijn niet meer in ons bezit. Wat wij nog hebben is het geraamte van wat eens noodkaarten waren. Daar zou je twee exemplaren van kunnen krijgen, maar alle geldige bonnen zijn er inmiddels af. Het wordt dun Flip. Hopelijk is het niet dringend noodig en is dit evenwel toch het geval, dan hooren wij natuurlijk meer van je. We zullen dan zien, hoe er een mouw aan te passen. H.K./L.S.C./K.P. Wim.

Geplaatst in Verzet
Laatste wijziging: 3 september 2013