Straatnamen

Op maandag 26 juni 1967 vindt er in Rotterdam op het Stadhuis een plechtigheid plaats ter gelegenheid van het aanbrengen van straatnaamborden in de wijk “Het Lage Land” in de Prins Alexanderpolder[J] te Rotterdam. Daarmee dragen vijftien straten, in de dan nieuwe woonwijk, de namen van Rotterdamse verzetsstrijders.

Straatnaambord

Eén van deze straten in deze wijk met postcode 3067 is de Hantje de Jongstraat als eerbetoon een herinnering aan ds. Hans de Jong.

Hieronder volgt de tekst van de uitnodigingskaart, zoals destijds verstuurd door de gemeente Rotterdam.

Op maandag 26 juni 1967 zal in de burgerzaal ten Stadhuize een eenvoudige plechtigheid plaatsvinden ter gelegenheid van het aanbrengen van de straatnaamborden in de verzetsliedenwijk in “Het Lage Land”. In aansluiting hieraan zal per autobus naar het Marinus Bolkplein worden vertrokken, waar de symbolische onthulling zal plaats vinden.

De Burgemeester van Rotterdam heeft de eer u hiervoor uit te nodigen.

De genodigden worden verzocht te 15.15 uur aanwezig te zijn. In de burgerzaal toespraken van: de Burgemeester en Pastoor N.G. Apeldoorn o.p., namens V.V.Z.H. district Rotterdam, N.F.R. afd. Rotterdam en Expogé afd. Rotterdam.

Om 16.00 uur vertrek naar de wijk “Het Lage Land”.
Om 16.30 uur: Onthulling straatnaambord Marinus Bolkplein, gevolgd door rit langs de overige naar verzetsstrijders genoemde straten, t.w.:

Jan Bijloostraat – Jaap van der Hoekstraat – Jan Kwakplaats – Henk Speksnijderstraat – Kurt Calloplaats – Hantje de Jongstraat – Johannes Tasstraat – Rinze Koopmansstraat – Samuël Esmeijerplein – Remmet van Milstraat – Otto Verdoornplaats – Folkert Elsingastraat – Cees Wegerifhof – Klaas Timmerstraat

Na de plechtigheid rijden de bussen terug naar het Stadhuis, waarmede de plechtigheid is afgelopen.

Een verslag van deze gebeurtenis in Het Vrije Volk van 27 juni 1967 vermeldt het volgende:

Vijftien straten en pleinen in de nieuwe woonwijk Het Lage Land (Prinses Alexanderpolder) dragen thans de namen van Rotterdamse verzetslieden. De naamgeving is maandagmiddag officieel geschied met een bijeenkomst van nabestaanden en autoriteiten in de Burgerzaal van het Stadhuis en de onthulling van het naambord op het Marinus Bolkplein door de weduwe van de verzetsstrijder naar wie dit plein vernoemd is.

In zijn toespraak in de Burgerzaal liet burgemeester Thomassen goed uitkomen, dat men bij de keuze van de namen ook duidelijk had willen tonen, dat het verzet een zaak was van alle kringen van de burgerij.

De vijftien verzetsstrijders, naar wie straten en pleinen zijn genoemd kwamen uit elf verschillende beroepen. Ook hun verzets-afkomst is zeer gevarieeerd. In het licht hiervan vertegenwoordigen de vijftien een veel grotere groep van verzetsmensen.

De burgemeester was van oordeel, dat het verzet belangrijk heeft bijgedragen tot de overwinning want de bezetter zag zich gedwongen grote militaire eenheden tegen dit verzet aan zijn fronten te onttrekken.

Op deze bijeenkomst werd voorts gesproken door pastoor N.G. Apeldoorn namens V.V.Z.H, district Rotterdam, N.F.R. afd. Rotterdam en Expogé afd. Rotterdam. Pastoor Apeldoorn zei in zijn toespraak dat men uiteindelijk met de naamgeving wel gelukkig is, maar dat toch juist de naamloosheid het symbool was van de geest van het verzet.

Men heeft in de drang naar het zich dienstbaar maken jegens een gemeenschap in nood niet gedacht aan standbeelden en zelfs niet aan straatnamen voor later. En de keuze der namen, zo zei de verzetspastoor, “is niet die van hen die vielen, maar van hen die overbleven”.

In bussen begaf het gezelschap zich naar het Marinus Bolkplein, waar de onthulling van het straatnaambord gevolgd werd door het leggen van kransen. Een rit werd gemaakt langs de overige naar verzetsstrijders genoemde straten.

In de Leeuwarder Courant van 26 juni 1967 wordt een speciaal artikel aan deze onthulling gewijd met de titel: K.P.’er uit Hemert in Rotterdam geëerd. In dit artikel wordt ook vermeld dat een zevental familieleden van ds. De Jong aanwezig waren bij de plechtigheid.

Maingay PlastiekOp 1 november 1967 wordt er op het Samuël Esmeijerplein een sculptuur onthuld, ontworpen door de Rotterdamse beeldhouwer en architect Rob Maingay (1939). Het kunstwerk is geplaatst in opdracht van de Rotterdamse Kunststichting Bewoners van Het Lage Land. Het wordt in de volksmond “de brievenbus” genoemd.

Later  is aan dit kunstwerk een plaquette toegevoegd en een schaal, waarin een gasvlam kan branden. Daardoor heeft het de functie van oorlogsmonument gekregen. Ieder jaar vindt op 4 mei in de deelgemeente Prins Alexander de dodenherdenking plaats aan het Samuël Esmeijerplein.

De tekst op de gedenkplaat luidt:

De tirannie verdrijven 1940 – 1945.

Op 27 oktober 1972 is de naam van het plein, dat in het verlengde ligt van de Hantje de Jongstraat, veranderd in “Hantje de Jongplaats”.

Straatnaambord

Geplaatst in Monumenten, Nieuw
Laatste wijziging: 1 februari 2014