Voorburg

Als Hans de Jong in 1932 geslaagd is voor zijn kandidaatsexamen aan de VU schrijft hij zich na de zomer voor de zekerheid wel weer in aan de VU – waarschijnlijk voor eventuele verdere studie – maar komt toch datzelfde jaar nog in contact met de Gereformeerde Kerk in Voorburg. Deze gemeente is op zoek naar een nieuwe hulpprediker. De predikant van deze kerk in Voorburg is ds. W.S. de Vries.

Ds. mr. Watte S. de Vries (1896 – 1977)

Ds. mr. Watte S. de Vries, geboren 26 maart 1896 en overleden 4 juni 1977, is predikant in Voorburg vanaf 23 januari 1927. Jong begonnen met zijn theologische studie aan de VU doet hij zijn kandidaatsexamen op 31 oktober 1919. Hij is dan nog niet overtuigd om meteen predikant te worden en daarom gaat hij eerst nog rechten studeren. In juni 1924 legt hij zijn doctoraal examen in de rechten af.

Toch kiest hij er dan alsnog voor om predikant te worden. In 1924 neemt hij een beroep aan naar het Friese Tzum. Hij volgt daar zijn vader ds. C.W. de Vries op, die in 1922 is overleden. Als geboren en getogen Fries is Watte de Vries een van de eerste predikanten die ook preekt in de Friese taal. In januari 1924 vertrekt ds. De Vries uit Friesland en betrekt met zijn – dan nog kleine – gezin de pastorie in Voorburg. Hij zal daar tot zijn emeritaat in 1964 predikant blijven.

Bijzondere vermelding verdient het feit dat ds. De Vries na de oorlog de zilveren erepenning van de gemeente Voorburg ontvangt. Dit vanwege het feit, dat hij o.a. het initiatief nam om in de hongerwinter kinderen uit Voorburg en omgeving in Friesland onder te brengen bij gastgezinnen. In nauwe samenwerking met zijn hervormde collega, ds. Jan Hoekert, werden deze evacueés per vrachtwagen vervoerd zodat op de terugweg een lading aardappelen meegenomen kon worden. Deze werd opgeslagen in de consistorie om daarna te kunnen verdelen onder de bevolking. Ook ging ds. De Vries samen met de hervormde predikant ds. Rietveld uit Leidschendam en een rooms-katholieke collega uit Voorburg in februari 1945 naar Friesland om daar een scheepslading van 150 ton levensmiddelen op te halen.

Hulpprediker

Sinds een jaar is in de Gereformeerde Kerk van Voorburg kandidaat W.J. van Otterlo hulpprediker. Hij heeft zijn kandidaatsexamen aan de VU een jaar eerder gedaan dan Hans de Jong, nl. in 1931. Van Otterlo heeft een beroep aangenomen naar Oosterend (Fr.), waar hij op 20 november 1932 zal worden bevestigd als predikant. De kerkeraad besluit dan in september 1932 weer een hulpprediker te benoemen. Deze benoeming zal zijn voor één jaar.
“Een zestal candidaten worden genoemd, aangaande wie Praeses inlichtingen zal trachten te verkrijgen”. Zo staat het genotuleerd in het verslag van de kerkeraadsvergadering van 1 september 1932. Besloten wordt van deze zes “allereerst candidaat de Jong te vragen”, hoewel “van ds. S.G. de Graaf in Amsterdam nog geen inlichtingen betreffende de Jong zijn ontvangen”.
In de notulen van de volgende kerkeraadsvergadering lezen we dan:
“Praeses doet nog mededeeling dat Cand. de Jong van Wommels in Voorburg is geweest en met de betrokken commissie heeft onderhandeld en dat het schrijven van Ds. de Graaf van Amsterdam is ontvangen wat onverdeeld gunstig is. Met instemming van al de brs. die met Cand. de Jong gesproken hebben, wordt besloten Cand. de Jong tot hulpprediker te benoemen en hem hiervan zoo spoedig mogelijk bericht te doen, wijl hij ook een benoeming heeft naar Hoorn”. In de vergadering van 30 september 1932 wordt Hans de Jong dan tot ouderling benoemd, waarmee hij officieel hulpprediker in de Gereformeerde Kerk van Voorburg is geworden.

Daarom verhuist Hans op 3 december 1932 Gereformeerde Kerk Voorburgvanuit de Da Costakade in Amsterdam naar Voorburg waar hij zijn intrek neemt bij de familie Van der Mast in de Laan van Heldenburg. Het kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk is daar vlakbij aan de Laan van Oostenburg 21. Dit kerkgebouw is op 15 december 1910 in gebruik genomen. Vanwege de snelle groei van het aantal leden is de kerk later – in 1926/1927 – ingrijpend uitgebreid met o.a. twee zijgalerijen en een nieuwe voorgevel onder toezicht van architect Tjeerd Kuipers. Nog voor de oorlog, in 1939, is het kerkorgel gerestaureerd. De kerk is in 1987 buiten gebruik gesteld en gesloopt. De andere twee kerkgebouwen van deze gemeente zijn de Noorderkerk aan de Bilderdijklaan en de Effathakapel aan de Effathalaan.

Uit de Kerkeraad

Dat Hans de Jong eager is om te evangeliseren blijkt wel uit de volgende zin uit de notulen in het najaar van 1932:
“Cand. de Jong vraagt of zijn arbeid voor de Evangelisatie zich beperkt tot één onderdeel nl. de jongensclub. De Kerkeraad spreekt uit, dat hij in alle onderdeelen kan meewerken. Hij blijft geheel vrij en kan overal hulp verleenen, waar dit gewenscht wordt geacht”. Uit alles blijkt dat Hans bij zijn werk als hulpprediker en later ook als predikant een voorkeur heeft voor het evangelisatiewerk. Daarvoor kan hij in deze gemeente alvast het voortouw nemen en zijn ideeën gestalte geven. Ook blijkt al zijn bijzondere gave om jongeren te motiveren en te activeren.

Als Hans in maart 1933 een beroep krijgt van de Gereformeerde Kerk van Bozum, geeft hij op de kerkeraad aan dat hij “groot bezwaar heeft tegen het beroep dat hij ontving”.
Hij is er te bekend en zal bij een ouderling in de kost komen. Hij heeft zijn bezwaren al kenbaar gemaakt.
“De Kerkeraad wenscht niet tusschen hem en zijn beroep te gaan staan, doch waar hij meent dat zijn werk in onze gemeente zoo weinig beteekent, spreken verschillende brs. uit, dat zijn arbeid door de gemeente zeer gewaardeerd wordt”. Dit beroep wordt door hem tot blijdschap van de kerkeraad niet aangenomen.

In september 1933 wordt besloten om de hulpprediker weer voor de tijd van een jaar onder dezelfde condities te benoemen. Hans de Jong neemt de herbenoeming aan. Hij dankt de kerkeraad, dat hij “in Voorburg onder leiding van ds. De Vries zich mag voorbereiden voor zelfstandig werk in een gemeente”.

Beroep Hoek van Holland

Het zal dan nog een jaar duren voordat dit werkelijkheid wordt: In de notulen van 13 september 1934 “wenscht de Praeses Cand. de Jong geluk met het beroep, dat deze ontving naar Hoek van Holland”. Er komt dan een einde aan zijn periode als hulpprediker in Voorburg. In een volgende vergadering van de kerkeraad zegt hij daarover dat hij “blij is tot zelfstandig werk geroepen te zijn, maar toch dankbaar dat God zijn weg naar Voorburg geleid heeft, waar hij onder leiding van Ds. de Vries het loopen mocht leeren. Hij weet zich te kort geschoten te zijn. Hij dankt Ds. de Vries voor diens leiding”.

Een “In Memoriam” van ds. De Vries is in het Jaarboek van de Gereformeerde Kerken geschreven na zijn overlijden op in 1977 door R.A. Flinterman. De schrijver is later evenals Hans de Jong hulpprediker geweest “onder” ds. De Vries. Flinterman beschrijft zijn tijd in Voorburg als hulpprediker:

“Ondergetekende heeft het voorrecht gehad, dat hij twee jaar onder ds. De Vries hulpprediker mocht zijn. Dat ‘onder’ moet vooral niet worden verstaan in de zin van ‘ondergeschikt’. Deze jaren zijn voor mij een ideale stagetijd geweest, dank zij de amicaliteit, waarmee De Vries mij bejegende en het vertrouwen, dat hij mij schonk. Alle taken werden je – zeer gedoseerd – toevertrouwd en daarbij gaf hij leiding, stuurde soms bij, zonder ook maar enigszins de indruk te wekken, dat hij boven je stond”.

Vereeniging voor Christelijke Wijsbegeerte

Een ander karakerisering van ds. De Vries vinden we in zijn schrijven als reactie op de uitnodiging voor de vergadering van de in december 1935 op te richten Vereeniging voor Christelijke Wijsbegeerte met daarbij een verzoek om lid te worden:

Voorburg, 10 Dec. 1935
Laan van Oostenburg 45
Weled. Zeergel. Heer,

Gezien het vele werk in mijn gemeente – m’n eerste roeping – heb ik
1e. Praktisch nooit een avond vrij voor niet – beslist – “verplichte” vergaderingen
2e. Slechts tijd voor beslist – noodzakelijke studie en dat nog niet genoeg.

Daarom meen ik voor uwe uitnoodiging te moeten bedanken. Ik zou toch een lid zijn, waaraan men weinig of niets had en een dergelijke louter – formeel lidmaatschap heeft voor de vereeniging geen waarde en is voor mij niet begeerenswaard.

‘k Heb al meer dergelijke lidmaatschappen en dat is zeer onbevredigend. Ik doe liever één ding of een beperkt aantal goed dan verschillende half of nog minder dan half.

 

Hoogachtend, uw dw. W.S. de Vries.

 

Predikant

Op zijn verzoek wordt aan hulpprediker De Jong ontheffing verleend uit het ambt van ouderling. Zijn ontslag is dan “tegen 31 december”, terwijl hem de laatste weken vakantie wordt geschonken. Op 13 januari 1935 zal hij dan bevestigd worden als predikant in Hoek van Holland. Voordat een kandidaat zijn werk als predikant begint moet deze nog zijn zogenaamde preparatoir examen afleggen voor de classis. Hans zal dit examen eind november doen. Daarom besluit de kerkeraad dat zijn werk in november door de Praeses en de ouderlingen zal worden verlicht.

Midden in de winter, op 2 januari 1935, verhuist Hans de Jong vanuit Voorburg naar Hoek van Holland en neemt zijn intrek in de pastorie aan de Strandweg. Dit is wat hij graag wil, uit roeping een gemeente dienen als predikant. Nu is het eindelijk zo ver.

De Christelijke HBS

In de vergadering van de kerkeraad op 6 april 1933 wordt “Candidaat de Jong” gefeliciteerd met zijn benoeming tot leraar Godsdienst aan de Christelijke H.B.S. in Leiden, het tegenwoordige Visser ’t Hooft Lyceum. Deze school is nog steeds in hezelfde gebouw aan de Kagerstraat gevestigd.

Waarschijnlijk is deze benoeming tot stand gekomen, doordat een zwager van ds. De Graaf uit Amsterdam les geeft aan deze HBS. Het ligt voor de hand dat Hans hem thuis bij de familie De Graaf geregeld heeft ontmoet. Deze zwager, dr. August La Fleur is aan deze school werkzaam als scheikundeleraar en woonachtig in Oegstgeest. Hij zal na de oorlog Hans herdenken in het boek “IN MEMORIAM” met als ondertitel “Gevallen leraren in de periode van 1940 – 1945”.

Dr. August la Fleur (1903 – 1980)

August la Fleur is geboren in Hollandscheveld (gemeente Hoogeveen) op 18 december 1903. Zijn vader, Daniël la Fleur is daar sinds 1900 hoofd van de lagere school. Het gezin La Fleur verhuist in 1905 naar Beilen als vader La Fleur daar een benoeming krijgt.

Op 12-jarige leeftijd gaat August naar de R.H.B.S in Assen waar hij in juli 1920 eindexamen doet. Daarna gaat hij naar de universiteit in Groningen voor de studie wis- en natuurkunde. Zijn candidaatsexamen doet hij in oktober 1923 en hij slaagt voor zijn doctoraal-examen met hoofdvak scheikunde in juli 1928. Hij heeft dan meteen een betrekking als leraar aan de Chr. H.B.S. in Zwolle, waar hij ongeveer een jaar blijft. Daarna verhuist August La Fleur in augustus 1929 naar Oegstgeest waar hij een benoeming krijgt aan de Chr. H.B.S. in Leiden. Op 20 november 1930 trouwt hij met Maria Johanna van Mantgem.

Zijn verdere studie in het vak scheikunde bekroont hij in 1935 met een doctoraat in de wis- en natuurkunde op het proefschrift “Ternaire en quaternaire explosiegebieden en de formule van Le Chatelier”. Van 1949 tot zijn pensionering en afscheid van het onderwijs in 1969 is hij rector van het lyceum “Marnix van St. Aldegonde” in Haarlem.
Gedurende zijn hele loopbaan is hij betrokken geweest bij verschillende organisaties. Zo is hij jarenlang actief, ook als voorzitter, in de Vereniging van Leraren bij het Christelijk Voorbereidend en Middelbaar Onderwijs. Voorzitter is hij ook geweest van de Raad van Leraren, het latere Nederlands Genootschap van Leraren. In A.R.P.-kring staat hij bekend als kampioen van het verzet tegen de Mammoetwet van minister Cals.
Na zijn pensionering in 1969 vertrekt hij samen met zijn vrouw naar Ermelo.
August la Fleur overlijdt op 5 juli1980.

Hoewel Hans de Jong zijn werk als leraar aan de H.B.S. met enige aarzeling begint, heeft dat jarenlang een grote plaats in zijn leven ingenomen. Als hij later verhuist naar Hoek van Holland blijft hij aan deze school verbonden. Hij gaat dan op lesdagen met de trein naar Leiden en ’s middags soms lunchen bij collega La Fleur, die in Oegstgeest op loopafstand van de school woont.

Directeur en later rector van de school is dr. P.C. van Arkel. In de latere oorlogsjaren houdt hij in een klein cahier de belangrijke gebeurtenissen bij, die er in die tijd plaatsvinden. De pagina’s waar hij bericht over de bevrijding in de maanden april en mei 1945 zijn hierbij afgedrukt. Daarin schrijft hij in april en mei 1945 o.a.:

25 Apr ! blikje sardines voor deelen extra voeding v/d jeugd.

29 Apr Geallieerde vliegtuigen werpen pakketten met levensmiddelen uit op vliegveld Valkenburg.
10/11 Mei Krijgen we echter pas ’t eerste bacon, kaas, chocola, boter.

Dan ’t eind! Za 5 Mei 45, Ps 126 en Wilhelmus 1 en 2.
Na practisch 5 jaren!!

Eigenlijk niet met woorden te beschrijven. Nederland weer vrij. ’t Wordt pas duidelijk als de Canadeezen 7/8 Mei hier binnentrekken naar Poelgeest.
Voorbij is die namelooze druk en angst en onzekerheid en willekeur zonder recht.
Geen razzia’s meer en slavernij hier of in Duitschland.
Geen moordpartijen en gevangenis
Geen evacuaties en diefstallen van onze part. en landseigendommen.

Wij zijn in ’t leven gebleven. Ons schoolgebouw is er nog. ’t Oranjehuis en onze eigen regeering komen terug en en zooveel meer wat tot vreugde stemt.

Is ’t alles vreugde?

Oud Collega ds. de Jong uit R’dam-Charlois is vermoord.
In onze leeraarskamer zullen wij Jelier niet meer zien.
Zal van Lingen nog leven? En in de lijst van Oud-Leerlingen zijn verschillende namen waarachter geschreven zal worden: gefusilleerd of gestorven in Duitschland.

9 Mei. Naam “Dr. van Lingen” gelezen bij de bevrijden uit Buchenwald.

HBS glas-in-lood raam

Bronnen:
  • JAARBOEK
    De Gereformeerde Kerken in Nederland
    Jaargang 1978
  • In MEMORIAM
    Uitgave van de Raad van Leraren bij het Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs ter herdenking van de door en ten gevolge van de oorlog gevallen leraren in de periode van 1940 – 1945
    Uitgeverij J.B. Wolters Groningen
Geplaatst in Levensloop
Laatste wijziging: 25 augustus 2018