De VU

Op 29 september 1927 verhuist Hans de Jong op 21-jarige leeftijd naar Amsterdam om aan de VU te gaan studeren. Zijn (eerste) nieuwe adres in de hoofdstad is aan het Frederik Hendrikplantsoen, net buiten de grachtengordel. Hij komt daar “in de kost” bij de familie Saager.
Op 22 oktober 1927 zet hij zijn eerste handtekening in het “Album Discipulorum in Academia Libera Reformata” en is daarmee ingeschreven als student aan de VU onder nummer 1286.

Inschrijving

De Rector Magnificus op het moment van inschrijving is professor A.A. van Schelven. Ieder jaar opnieuw wordt deze handeling herhaald onder betaling van 20 gulden.

Hans blijft ongeveer een jaar bij de familie Saager en verhuist op 20 november 1928 naar de Vondelstraat 168, waar hij zijn intrek neemt bij de familie De Graaf. De hoofdbewoner van de woning is dominee S.G. de Graaf, gereformeerd predikant in Amsterdam.

Ds. Simon Gerrit de Graaf (1889-1955)

Ds. Simon Gerrit de Graaf is geboren op 23 mei 1889 in Leiden.
Hij is getrouwd met Hermina van Mantgum.

Zijn kandidaatsexamen doet hij in 1912 en hij is predikant van de Gereformeerde Kerk in achtereenvolgens Oosterzee (1913), St. Pancras (1917), Rijswijk (1919) en vanaf 1923 in Amsterdam.

Van zijn hand verschijnt in de dertiger jaren de bekend geworden tweedelige serie ‘Verbondsgeschiedenis’, schetsen voor de vertelling van de bijbelse geschiedenis. Ook zijn veel van zijn preken gebundeld, gehouden in de twintiger en dertiger jaren.
Voor studenten c.q. aanstaande predikanten zijn de preken van ds. De Graaf van grote waarde geweest.

De Graaf is in de dertiger jaren samen met twee hoogleraren van de Vrije Universiteit, H. Dooyeweerd (1895-1977) en D.H.Th. Vollenhove(1893-1978) en met A. Janse(1890-1960) en K. Schilder(1890-1952) één van de mensen van de zogenaamde reformatorische beweging. Deze beweging hecht groot belang aan het zogenaamde Schriftonderzoek en legt de grondslag voor beoefening van een Christelijke Wijsbegeerte. Ds. De Graaf is daarbij één van de initiatiefnemers en bestuurslid van de op 14 december 1935 opgerichte Vereeniging voor Calvinistische Wijsbegeerte.

Op 6 januari 1935 bevestigt ds. De Graaf Hans de Jong als gereformeerd predikant in zijn eerste gemeente Hoek van Holland.

De oorlogsjaren hebben in het leven van ds. De Graaf ook hun sporen nagelaten. Zo is hij natuurlijk geconfronteerd met het verlies van Hans de Jong in oktober 1944. Ook een van zijn naaste collega’s, de 68-jarige ds. Taeke Ferwerda wordt door de Duitsers omgebracht. Ferwerda is niet alleen een collega maar ook de naaste buurman van De Graaf in de Vondelstraat. Hij is predikant van de Keizersgrachtkerk en ook curator van de VU. Dominee Ferwerda wordt in de nacht van 12 september 1944 samen met koster Siebren van der Baan in de Kerkstraat, vlak achter de Keizersgrachtkerk, gefusilleerd nadat er wapens in de kerk zijn gevonden. Van der Baan is een belangrijk verzetsman van de Trouw-groep en de LO-KP. Hij heeft wapens in de kerk verborgen. Een plaquette bij de ingang van de kerk aan de Keizersgracht herinnert aan deze afschuwelijke gebeurtenis, evenals een gedenksteen in de Kerkstraat op de plaats van de executie.

Daarnaast is er in die jaren het conflict in de Gereformeerde Kerken rond de kwestie Schilder. Dit leidt in maart 1944 tot de schorsing van professor K. Schilder met als triest gevolg de scheuring in de Gereformeerde Kerken. Ds. De Graaf is zeer nauw bij dit proces betrokken geweest en hij heeft samen met anderen, ook na de oorlog, nog pogingen gedaan de banden met de Vrijgemaakte Kerk te herstellen.

In september 1950 gaat hij met emeritaat. Hij overlijdt op 22 december 1955 in Amsterdam en is daar begraven op Zorgvliet.

Hans blijft bijna drie jaar bij de familie De Graaf inwonen. In die periode woont daar ook vanaf februari 1929 tot juni 1930 Douwe Buwalda. Douwe en Hans zijn oud-klasgenoten van het gymnasium in Leeuwarden en zijn in die gymnasiumtijd vaak met elkaar opgetrokken. Douwe studeert klassieke talen aan de VU.
Zoals Hans en Douwe eerder op zondag trouwe bezoekers waren van de Koepelkerk in Leeuwarden, zullen zij ook zeker in Amsterdam vaak onder het gehoor van ds. De Graaf hebben gezeten.

Vondelstraat
In de zomer van 1931 vertrekt Hans naar Friesland.In januari 1932 gaat hij weer naar Amsterdam en woont dan niet meer in de Vondelstraat maar op de Da Costakade 132.
Dat is dan ook zijn laatste periode in Amsterdam want na zijn kandidaatsexamen op 1 juli 1932 keert hij nog diezelfde maand terug naar Wommels.

Niet duidelijk is waarom zijn zesde en laatste inschrijving in oktober 1932 is, terwijl hij al in juli 1932 zijn kandidaatsexamen heeft gedaan. De meest voor de hand liggende verklaring is, dat Hans de mogelijkheid open wilde houden om met een doctoraalstudie te beginnen.
De laatste twee handtekeningen – in 1931 en 1932 – bij de inschrijving zijn van de hiervoor genoemde hoogleraren Dooyeweerd en Vollenhove, dan in hun functie als Rector. De laatstgenoemden zullen al in het begin van de dertiger jaren het nationaal socialisme sterk bekritiseren. Zij zullen zeker hebben bijgedragen aan de geestelijke vorming van student Hans de Jong en zijn zeer fanatieke afkeer later van het nazisme.

Over zijn studie op de VU is weinig bekend. Wel blijkt uit de Almanak van het studentencorps dat hij een aantal functies heeft vervuld.
Zo is hij op zeker moment praeses van de Theologische Faculteitsvereniging. Verder is hij actief als fiscus van de Oratorische Vereniging “Demosthenes”.
Ook is hij lid van een van de gezelligheidscommissies, n.l. de muziekcommissie.

Zijn schrijfstijl is terug te vinden in een door hem geschreven jaarverslag over 1931 van deze commissie:

“Dat uw muziekcommissie in haar verslag over het afgeloopen jaar niet alleen haar bijna traditioneele klaagzang aanheft, maar ook eenige jubelklanken wenscht uit te stooten, vindt zijn reden in een – zij het dan ook eenige – belangrijke gebeurtenis.

Hoe ongeloofelijk het ook moge schijnen – het is heusch gebeurd – het Corpus studiosorum in Universitate libera reformata, heeft aan de buitenwereld durven toonen, wat het op muzikaal gebied kan presteeren. Men zie slechts het rijk gevarieerde programma, dat op 25 November ’31 de aandacht van hen, die naar Bellevue gestroomd waren, vroeg voor werken van componisten van allerlei aard, van Händel tot Chopin, van Mendelsohn tot Ravel. Groote belangstelling was er van de zijde der corpsleden….niet, reden waarom een dergelijke avond voorloopig misschien niet weer gegeven zal worden. Hulde en dank brengen we hun, die hun gaven en krachten toen gegeven hebben, in ’t bijzonder den niet-corpsleden.

Wat hier nog volgt kan eigenlijk geen verslag meer heeten, om de eenvoudige reden, dat hier niet langer behandeld wordt, wat gebeurd, maar wat niet gebeurd is. Wij zouden U gevoegelijk kunnen verwijzen naar muziekverslagen van vorige jaren. Herhaling van dit….”nihil” zou banaal gaan klinken, als er niet de ernstige bedoeling in gezien werd om droefenis te wekken en tot verandering, in casu verbetering, aan te sporen.

Dat de muziek in uw Corps een rol kan spelen, staat vast. Er zijn immers nog altijd menschen onder U, die het meer of minder ver op dit gebied gebracht hebben, en zoolang die er blijven, bestaat er een hoop. Moge die in werkelijkheid verkeeren. Ach, wanneer?

Na zijn studententijd aan de VU, die hij in vijf jaar voltooit, wordt hij per 1 oktober 1932 benoemd als hulpprediker van de Gereformeerde kerk in Voorburg.

De Vrije Universiteit

De VU is in 1927 gevestigd aan de Keizersgracht 162. Dit grachtenpand is in 1883 aangekocht door de “Vereeniging voor Hooger onderwijs op Gereformeerde Grondslag”. Deze vereniging is officieel gesticht op 12 februari 1879 met als doel de stichting van een eigen Gereformeerde universiteit, de Vrije Universiteit. De oprichting van bijzondere universiteiten wordt mogelijk gemaakt door de wet op het hoger onderwijs van 1876. Grote initiator van de VU-stichting is Abraham Kuyper, die in dagblad “De Standaard” al in 1872 schrijft: ‘De staatshoogeschoolen zijn voor de wetenschap krenkend en voor de kerk onbruikbaar’. Geen binding met een kerkgenootschap of de staat, dat is bij deze christelijke universiteit de betekenis van het woord vrij.

De eerste colleges, met 5 studenten en 5 hoogleraren, worden gegeven in de “Kleine Komedie” aan de Amstel. Na een grondige verbouwing komt het grachtenpand op Keizersgracht 162 in 1884 beschikbaar. Dit pand is niet alleen bedoeld voor onderwijs maar dient ook als internaat voor studenten en hoogleraren, het zogenaamde ‘Hospitium’. Dit hospitium is in de eerste plaats bedoeld voor bursalen. Dat zijn studenten die met een beurs studeren. Zij hebben gratis kost en inwoning. Voor wie jaarlijks 350 gulden betaalt is het hospitum ook een mogelijkheid als er voldoende plaats is. Bedoeling is in het internaat een huiselijke en beschermde omgeving te creëren voor de vaak van ver komende studenten. Als rond 1900 het aantal studenten groeit – in de eerste jaren zijn het er hooguit twintig – wordt in 1899 het grachtenpand op nummer 164 aangekocht ter uitbreiding van de universiteit.

Een bijzondere bijkomstigheid is, dat Abraham Kuyper daar – op nummer 164 – vanaf oktober 1900 korte tijd woont. Als hij in 1901 na een grote verkiezingsoverwinning van de confessionele partijen minister-president wordt, verhuist hij naar Den Haag.

In de hal van pand 162 is nog altijd de deur te zien, die Abraham Kuyper vanuit zijn woning binnendoor toegang verschafte tot de universiteit. Wegens geldgebrek wordt dit tweede pand pas in 1923 als universiteitsgebouw ingericht. Tot die tijd is het verhuurd aan een pensionhoudster.

In 1930 wordt de VU nog uitgebreid met de panden 160 en 166. De VU beschikt dan over vier panden waarbij de zaal van nummer 162 het centrale punt is met een mooie plafondschildering uit het begin van de achttiende eeuw.

Keizersgracht 162

Tegenwoordig is op nummer 162 een appartementencomplex en in grachtenpand 164 is hotel “The Toren” gevestigd. Pas in 1968 wordt de Vrije Universiteit verplaatst naar het bekende gebouw in Buitenveldert aan De Boelelaan.

Bronnen:
  • Een hoeksteen in het verzuild bestel
    De Vrije Universiteit 1880 – 2005
    A.Th. van Deursen 2005, Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam
  • Geen Duimbreed?!
    De Vrije Universiteit tijdens de Duitse bezetting
    Galt Zondergeld 2002, Uitgeverij Meinema Zoetermeer
  • De Vrije Universiteit in oorlogstijd
    Juni 1946, Uitgeversmaatschappij N.V. Gebr. Zomer & Keuning’s Wageningen
  • Kuyper achterna
    Een wandeling door het Amsterdam van Abraham Kuyper
    Peter Dillingh 2007, Eon Pers Amstelveen
Geplaatst in Levensloop
Laatste wijziging: 27 augustus 2018